This article is also available in English.

Here I am, eating a donut.

‘I’m eating a #donut’ op Twitter. ‘I like donuts’ op Facebook. Je kent ze wel. Op social media heb je ze vast wel eens voorbij zien komen. De foto’s en illustraties die dezelfde social media gebruiken om ze daar ondubbelzinnig op de hak te nemen. ‘Here I am, eating a donut’, luidt de YouTube variant. Grappig inderdaad. Je hebt er ook meteen een beeld bij. En samen met mij, nog vele anderen. Want deze parodieplaatjes oogsten in de regel veel bijval, gezien het aantal likes, comments en shares dat erop volgt. Naast de inmiddels bekende rekensommetjes worden ook deze social media-spotprenten met terugkerend succes op bijvoorbeeld LinkedIn maar al te graag hoog gewaardeerd.

En ik heb daar wel een reden voor. Het komt omdat verreweg de meesten niet in staat zijn iets goeds en onderscheidends te verzinnen om te posten. En er uit armoe als de kippen bij zijn om alle social media dan maar voor gek te zetten. Op z’n minst hevig in twijfel te trekken. Op social media. Dat dan weer wel. Het is – net als bij alle andere vormen van communicatie – een geval van ‘niet weten wat je moet vertellen’. En dan wordt er heel veel bagger uitgekraamd. Dat mensen dat privé doen, à la. Ga lekker je gang zou ik zeggen. Maar dat bedrijven dat doen, is triest. Dat mensen, uit naam van organisaties, er totaal niet over (willen) nadenken, is bedroevend. Het gevolg? Geen relevante boodschap en dus bergen aan grijze non-info. Dat maakt dat de befaamde spotprenten als ‘leuk’ en ‘raak’ worden betiteld. Jammer.

Het is – net als bij alle andere vormen van communicatie – een geval van ‘niet weten wat je moet vertellen’.

Het is om die reden ook dat veel b-to-b bedrijven zich er niet eens aan wagen. ‘Op’ social media. Het eng vinden. Een zeven-mijl-stap te ver. En dan maar angstvallig roepen dat social media zakelijk gezien een ‘no go’ zijn. “Facebook? Dat is niks voor ons.” “Instagram? Pinterest? Even serieus, wat moet ik daar nu mee?” Nou. Vooralsnog in ieder geval de makkelijkste weg kiezen en het als fenomeen in z’n geheel, belachelijk maken. Uit veiligheid op het – nog enigszins – zakelijk nuttige LinkedIn platform. Bij tijd en wijle nog onophoudelijk, stug en volhardend ‘Link-ûh-tin’ genoemd.

In plaats van de hele rij aan social media – uit onwetendheid of angst – te verguizen, kan je beter zorgen dat je er een relevante boodschap bij zoekt. Iets waar je je als organisatie mee kunt onderscheiden van de rest. Iets waar je jezelf heel gemakkelijk mee op een voetstuk zet en over de volle breedte kunt uitdragen. Ook over de volle social media-breedte. Sterker nog: juíst daar. En juíst de zakelijke markt. Met iets waar je mee opvalt, waar je trots op bent en bovendien ook nog wordt onderkend door je achterban. Want wat je roept, moet wel waar zijn. Dan verdien je namelijk likes en comments en shares. Met een relevante boodschap. “Betekent dat dan dat ik als organisatie eerst tijd, geld en moeite moet stoppen om die onderscheidende boodschap boven water te krijgen?” Ja. Dat klopt. Maar als je het goed doet, krijg je daar een hoop likes, positieve aandacht, extra fans, meer goodwill, meer klanten, zelfs een hogere omzet en meer marge voor terug.

Maar ja. Misschien wil je dat wel niet. Een social media-parodieplaatje ‘liken’ of ‘sharen’ naar al je relaties, is natuurlijk veel makkelijker.

René Besemer, 15 juli 2017

René Besemer

René Besemer is Managing Director bij WADM – creative agency for insights and interaction. Maakt, met een sublieme neus voor copywriting, de grote lijnen, financiën en organisatie, regelmatig deel uit van het BrainSells®-team. Met meesterlijke souplesse kan hij ergens genadeloos overheen walsen om vervolgens een fractie later weer met diplomatieke en uitgebalanceerde schaakzetten de opening te forceren die nodig was.